Thursday, February 21, 2013

recensie: SELVEDGE #50


Een wereld aan textielverhalen

De zelfkant van een stof is prettig, geen gerafel, een enkele naad is voldoende bij het naaien. De zelfkant van een stof is soms zelfs heel fraai, de weeftechniek laat zich daar optimaal zien. De zelfkant van een stof is voor kenners, net als het tijdschrift dat naar deze zelfkant vernoemd is: Selvedge: The Fabric of Your Life. Textiles in Fashion, Fine Art, Interiors, Travel and Shopping, een tijdschrift over alles wat met textiel te maken heeft. En nummer 50 gaat over etnografische stoffen. Door reny van der kamp.

Van nachthemd tot lendendoek

Selvedge is vijftig nummers geleden, in 2004, aan een interessant verhaal begonnen. Het blad gaat voorop in de herwaardering van ambachten, duurzame ontwikkeling in de textielindustrie en vergroting van cultureel en historisch besef. Elk nummer heeft een thema (nummer #50: Etnographic), waardoor de stukken onderling samenhang krijgen. Naast originele artikelen worden op een slimme manier (voor)publicaties uit boeken gepubliceerd, geheel ingekaderd in de lay-out en de stijl van het blad. En Selvedge signaleert tentoonstellingen, plaatsen, ontwerpers en ambachtslieden en portretteert deze op een visueel aantrekkelijke manier.
Alle continenten worden meegenomen in dit verhaal en daardoor komt de alledaagsheid van textiel goed in beeld. Kleding, rituele voorwerpen, doodgewoon huishoudtextiel: alles komt aan bod. Van nachthemd tot lendendoek, van feestjurk tot knuffelpop. Daarnaast wordt de enorme diversiteit aan textieltechnieken getoond. Overal en door alle eeuwen heen werd en wordt geweven, geborduurd, gekantklost, genaaid, geverfd en gebreid. Dat bewustzijn alleen al is van levensbelang voor culturele ontwikkeling op elk gebied. Het blad kan hierdoor nog jaren mee en hoort wat mij betreft thuis in elke bibliotheek.

 bestel hier

lees verder na de sprong


Geen exotisme

Veel stukken in dit nummer volgen het thema, over etnografisch textiel. Indonesië, India, Schotland en ook Nederland komen voorbij. Het bijzondere verhaal van Vlisco in Helmond wordt in een notendop verteld: Hollandse handelslieden doen onderweg naar het verre oosten zaken in West-Afrika. De techniek van wax-resist (batik), opgedaan in de koloniën, levert in De Nederlanden niet zoveel op, maar in West-Afrika blijken op deze manier bewerkte stoffen zeer populair. Vlisco wordt daar een ongekend succes.
Inmiddels is er veel namaak, maar de stoffen van Vlisco zijn altijd herkenbaar. Gek genoeg om iets dat vroeger als minpunt werd ervaren: het ontstaan van 'scheurtjes' in het dessin. Door het gebruik wordt de stof die als basis dient zichtbaar. Op veel plekken in Afrika zijn stoffen met dit soort dessins zeer populair, vaak zijn de patronen echter niet op de stof gestempeld maar geprint. In Malawi kun je bijvoorbeeld voor een habbekrats een wereld aan dessins kopen. Om hier het hoofd aan te bieden heeft Vlisco een grote verandering op het Afrikaanse continent ingezet door het merk als high fashion in de markt te zetten.


En dan Indonesië. Wie aan Indonesisch textiel denkt, denkt direct aan batik. Een prachtige techniek die zowel met blokken als met dunne pennen wordt uitgevoerd. De stoffen die mijn vader vroeger meebracht van zijn reizen fascineerden mij als kind hevig, ze roken bijzonder en voelden een beetje stug. Mijn moeder maakte er prachtige jurken van die ik nog steeds draag.
Batikdessins waren en zijn onderhevig aan sociale en culturele omstandigheden. En hoe fijner het dessin, hoe duurder de stof. Maar er is meer in Indonesië! Oner meer op Sumbawa en Bali wordt geweven met heldere kleuren, met allerlei materialen en allerlei met technieken. Denk bijvoorbeeld aan Ikat. Ptolemy Mann heeft er rondgereisd en laat er in Selvedge haar licht over schijnen. De lange geschiedenis van textiel in Indonesië, de handelswaarde die men er altijd aan heeft toegekend en de diversiteit aan technieken in dit grote gebied maken deel uit van de rijkdom van het land. Maar ook hier staat het ambacht onder druk door de goedkope industriële methodes. Voorlopig echter lijkt het ambacht stand te houden: 'The art of the handmade cloth is going strong.' Knap aan de benadering die Selvedge voor zijn artikelen kiest, is dat etnografie niet tot exotisme gereduceerd wordt. Het ambacht, het maken staat steeds voorop.

Ruisende rokken

Lidewij Edelkoort schrijft een stuk (overgenomen uit het boek Pleats Please) over plooien en de waarde van Issey Miyake - de alchemist van de mode - voor textiel. Ze vertelt over zijn genialiteit in het bewerken van stoffen, de simpele elegantie van zijn ontwerpen, maar ook over de lange historie van het fenomeen plooi. Plooien maken nieuwsgierig. Het in- en uitvouwen is een eindeloze beweging, net zoiets als ademhalen. Voor de moderne nomade (Edelkoort heeft nomadisch leven tot trending topic verheven) die met tablet en telefoon de wereld over reist, is een lichtgewicht kledingstuk zoals van Miyake, dat plooit en nauwelijks kreukt, bovendien de ideale bagage. Met plooien kun je van een platte stof iets driedimensionaals maken. De techniek van plooien is van alle tijden, bewerkelijk en fascinerend.

Marie-Antoinette, geportretteerd door Marie Louise Élisabeth Vigée-Le Brun, in mousseline.
Ook mousseline is zo'n bijzondere verschijning. Een prachtige naam voor een katoen die luchtig en zacht is en een lange wereldgeschiedenis kent. In de veertiende eeuw schreef een Indiaase soefi: 'The fineness of the cloths is difficult to describe, the skin of the moon removed by the executioner-star would not be so fine... It is so transparent and light that it looks as if one is in no dress at all but has only smeared the body with pure water.' De Romeinen noemden het nebula (mist). Aan het einde van de achttiende eeuw werd mousseline ook in Groot-Brittannië en Frankrijk geproduceerd. Tegenwoordig wordt de productie van mousseline in India en Bangladesh nieuw leven ingeblazen, zodat dit ambacht niet verloren gaat. V&A-curator Sonia Ashmore schrijft er aanstekelijk over.


Kleur

Vliegeren is in landen als Afghanistan, Pakistan en India de motor van de gemeenschap, zo laat Meena Kadri mooi zien. Zowel kinderen als volwassenen zijn fanatiek en werken aan de ultieme techniek. Hier is het iets wat we doen aan het strand: een beetje klungelen met de kinderen, of juist met luchtbedden zo groot dat een volwassen man nauwelijks zijn voeten op de grond kan houden. Daar is vliegeren van iedereen, en een sport. De vlieger van een ander afsnijden, dat is de kunst. Sinds het boek en de verfilming van De vliegeraar van Khaled Hosseini kunnen we ons daar een voorstelling van maken. Vliegerfeesten zijn enorm, en ze kleuren de lucht als een regenboog. Het maken van de vliegers is een ambachtelijke industrie die generaties terug gaat. Het beste papier, de beste bamboe voor een frame, touw, glaspoeder, lijm: voor elk onderdeel het beste materiaal. Maar ook dat gaat met de tijdgeest mee; elk jaar is er wel een noviteit. Nieuwe printtechnieken maken dat je bijvoorbeeld nog een bordspel op je vlieger kunt spelen als je afgesneden bent maar wel je vlieger teruggevonden hebt.
Zo laat Selvedge ook ambachten zien die raken aan textiel, en raken aan de verbeelding. Want dat is wat het blad zo sterk en verleidelijk maakt. De simpele blijdschap om iets moois, door mensenhanden gemaakt en ingebed in een lange geschiedenis. En met een grote toekomst. Trouwens, het volgende nummer heet The Dependable Issue, over 'textiles that are never workshy'. De relatie tussen werk en textiel: het verhaal gaat door.

Reny van der Kamp is medewerkster van Athenaeum Nieuwscentrum, docent beeldcommunicatie en textielontwerper.

No comments:

Post a Comment