Friday, November 2, 2012

Recensie COLORS #84



1 januari 2012. Een Oud en Nieuwfeestje bij vrienden thuis. Buiten klinkt vuurwerk en binnen is champagne. Toch kijkt niet iedereen even vrolijk. Gespreksonderwerp: de tekenen – onder andere het aflopen van de Mayakalender – die voorspellen dat alles op 21 december van het nieuwe jaar anders wordt. Onze gastvrouw is positief en denkt dat vanaf die dag alles beter wordt. Anderen geloven dat het einde der tijden aan zal breken. Colors Magazine #84 bereidt de lezer voor op dit naderende eind. Een recensie door karianne bueno.

Idealisme

Colors is in 1991 opgezet door fotograaf Oliviero Toscani, die bekend werd door zijn vaak schokkende advertenties voor modemerk Benetton. Je herinnert je vast wel het uitgemergelde naakte lijf van het model in een boodschap tegen anorexia, of de stervende aidspatient, omringd door zijn rouwende familie. Wat een modemerk precies met deze onderwerpen van doen heeft, heb ik nooit begrepen, maar het getuigt wel van idealisme, in ieder geval van dat van de maker.
Colors is niet minder idealistisch dan Toscani zelf. Het blad bestaat 'to show the world to the rest of the world'. Dat mag misschien betrekkelijk klinken als het gaat om een 'luxe-artikel' als een tijdschrift, maar Colors bestaat in liefst vijftien talen en behandelt themagewijs uiteenlopende onderwerpen, die in de verste uithoeken van de wereld onder een vergrootglas worden gelegd. Geluk, Aids, vervoer, dans, de zee – alles wordt benaderd met een prettige, naïeve luchtigheid, zonder de meestal weinig rooskleurige realiteit uit het oog te verliezen.

Overlevingsgids

Terug naar 21 december. Het nieuwe nummer van Colors is namelijk een overlevingsgids voor de Apocalyps. Aan de hand van (recent) gebeurde catastrofen behandelt het tijdschrift zes verschillende manieren waarop het noodlot kan toeslaan. In het eerste 'hoofdstuk' vulkaanuitbarstingen en aardbevingen, zoals die sinds 1995 het Caribische Montserrat teisteren. Een groot deel van het eiland is inmiddels verwoest, tweederde van de bevolking heeft moeten vluchten. Colors toont prachtige, afschuwelijke foto's van een stille wereld in as.




Ik verwacht niet dat ik zo'n soort ramp zou overleven. Maar: er zijn kansen. Met infographic-achtige tekeningen geeft Colors tips. Kruip onder een tafel en houdt vast aan een poot. Ga in bad zitten: het enige object in huis dat echt vast zit aan de vloer (voor het geval er ook een tornado op komst is). Adem door het toilet (als u wilt weten hoe, het staat op bladzijde 11).
Als de zogenoemde 'honeymoon period' (de periode vlak na een ramp waarin iedereen elkaar helpt) voorbij is, kan ik, zo lees ik, maar beter zorgen dat ik niet gezien word door anderen. Mijn medemens is namelijk wreed, hongerig en denkt alleen aan overleven. Mij zal hij niet sparen. Volgens de bloedserieuze Amerikaan (hoe kan het ook anders) Doug Huffman, instructeur aan de Sierra School of Survival, is goede camouflage vanaf dat moment onmisbaar. Ik leer hoe te versmelten met mijn omgeving – in een stad of in een bos, met behulp van kleding en struiken. De foto's zijn, u kunt het zich voorstellen, hilarisch.





Zachtaardige Japanner, griezelige Beach


Na een kernramp, zoals die in Fukushima anderhalf jaar geleden, bestaat maar weinig kans op overleven. Colors richt zijn aandacht op Noato Mutsumura, 52, die bijna alleen in de stad is achtergebleven. Hij is waarschijnlijk zeer radioactief en mag geen fysiek contact hebben met iemand van buiten de geinfecteerde zone. Mutsumura, die veronderstelt van ouderdom te sterven voor hij ziek wordt, vult zijn dagen met het verzorgen van de achterbleven dieren. Hij heeft ook een oplossing bedacht om zijn verlaten omgeving te zuiveren: koeien zouden het radioactieve gras moeten eten, en hun uitwerpselen zouden gezuiverd kunnen worden. Uiteindelijk, zo gelooft hij, zou het gebied weer leefbaar worden.



Van de zachtaardige Japanner schuift de aandacht naar de griezelige Bruce Beach. Met zijn lange witte baard, een zware hamer in zijn handen en de opengesperde ogen van een gevaarlijke gek poseert hij in zijn uitvinding: Ark Two. Beach heeft 42 schoolbussen begraven en in beton gegoten. De ondergrondse ark, die vlakbij een gehuchtje in Canada ligt, biedt plaats aan duizend mensen, die door Beach zelf geselecteerd zullen worden. Als de ark vol is, is het beleid 'een naar binnen, een naar buiten'. Tot zover misschien wat vreemd, maar niet onredelijk in het geval van de Apocalyps. Wat het eng maakt is Beach' beleid. Mannen en vrouwen zullen gescheiden worden. Kinderen worden weggehaald van hun ouders. Ze worden apart gezet in de zogenaamde 'cry room', alwaar strikte regels gelden zodat het 'verdriet zich niet verspreidt'. Nou, dan blijf ik liever buiten.



Niet perse veilig, maar wel handig in een tijd waarin de fossiele brandstoffen opraken: maak je eigen kernreactor. Er zijn mensen die dat doen! En om het afval geen zorgen: Colors geeft advies. Gelukkig is het blad zo verstandig ook een paar tips te geven om op andere, eenvoudiger manieren zelf energie op te wekken. Bouw een windmolen, bijvoorbeeld, of laat je kinderen spelen op een wip waar je een dynamo aan vast hebt gemaakt.




Woestijnzand, vuur en water


Het zou ook goed kunnen dat we worden opgeslokt door woestijnzand, en sterven aan hitte en droogte. In sommige delen van Australië gebeurt dit al, en wonen de mensen in zelf gegraven grotten. Niet zo gezellig, wel koel en veilig. Ik leer welke planten ik kan telen om te eten in het geval de wereld bedekt is met zand (paddestoelen, aardappels) en hoe ik mijn luchtwegen kan beschermen (plastic zakjes). Je kunt het ook ambitieuzer aanpakken, en je uitgedroogde wereld voorzien van water, zoals de Chinezen en de Laotianen. Maak zelf regen, of creëer een gletsjer. In de Himalaya gebeurt het al.



We kunnen ook nog ten onder gaan aan vuur (in Nigeria koken de mensen op het vuur uit de olieleidingen, waarin altijd wel een lek te vinden is), maar de schrik slaat me pas echt om het hart bij het hoofdstuk over overstromingen. Egoïstisch misschien, maar als ik van plan ben in Nederland te blijven, is dit wel het meest realistische rampscenario. En Nederland is er dan nog niet eens zo vreselijk aan toe. Al in 2050 zal pakweg twintig procent van Bangladesh verdwenen zijn. Bangladesh is het dichtstbevolkte gebied op aarde. En waar moeten de vluchtelingen heen? Saudi-Arabië, of Koeweit, waar ze zullen worden uitgebuit op de olievelden? India, waar iedere vier dagen een vluchteling wordt vermoord, in een poging de grens over te steken?
Ook in Thailand zijn de mensen niet veel beter af. De kans op een herhaling van een tsunami formaat 2004 (de beelden staan me nog helder voor de geest) is groot. In heel Zuidoost-Azië zullen in deze helft van de eeuw trouwens 900 miljoen mensen wonen, en op het verdrinkende land zal niet genoeg voedsel verbouwd kunnen worden. Vluchten kan niet meer, zij het naar Groenland, zo'n beetje het enige land op aarde waar het door het warmere klimaat aangenaam verpozen zal zijn.




Plastic flessen en overlevingscapsules


Beter is het te leren overleven in water. Colors toont foto's van schoolklasjes, poserend voor hun drijvende leslokalen (met zonnepanelen, er is hoop!). Als het water in de straten staat, kun je een extra paar wielen aan je brommer monteren, waardoor je boven de oppervlakte blijft. Je kunt een paar krukjes aan je voeten binden, of je grijpt de kans aan om eindelijk te leren lopen op stelten. Plastic flessen maken een prachtig vlot. En natuurlijk kun je ook vrienden maken met iemand als Zhao Chengweng, een gepensioneerde Chinese politieman die een vijfpersoons overlevingscapsule heeft uitgevonden. Ook een soort ark, maar dan veel minder eng dan de Canadese ondergrondse. Mijnheer Chengwengs ark is een drijvende rode bal, rechtop gehouden door gewichten. Er zal voor een week voedsel en water aan boord zijn, evenals GPS en een radio.




De goedmoedige Chinees had zijn idee aan zijn land willen verkopen, zodat de Chinezen daadwerkelijk een overlevingskans zouden hebben als het noodlot toeslaat. Maar de premier deed het idee van de hand. Niemand zal de capsules gebruiken, zei hij. Het lijkt mij eigenlijk wel iets voor in Nederland, voor het geval de dijken breken. Misschien een ideetje voor onze nieuwe regering? In plaats van JSF's?

Ten onder aan ons eigen afval



Tot slot zou het ook goed kunnen dat we ten onder gaan aan ons eigen afval. Weerzinwekkend is de foto van gelukzalige kinderen, op hun rug drijvend in een rivier waarin meer rotzooi lijkt te zitten dan water. In Guatemala (en op heel veel andere plekken in de wereld, vrees ik) wagen mensen dagelijks hun levens op de groeiende vuilnisbelten. Ze zoeken naar waardevol afval – batterijen, plastic, aluminium – om te verkopen of zelf te gebruiken. In de zomer riskeren ze brandwonden door spontane ontbranding van gas in rottend voedsel. In de winter kunnen ze worden meegesleurd door lawines van afval, veroorzaakt door zware regenval. Om dan nog niet te spreken van het torenhoge risico op verlamming, doof- en blindheid door giftige stoffen als arsenicum.


Colors eindigt met een 'hoopvolle' opsomming van gebruiksvoorwerpen die gemaakt zijn van afval. Er zijn beeldschone kachels en kookplaten, een gieter en een lamp, maar, helaas, vooral veel wapens.



Uiteindelijk, ondanks de prachtige vormgeving, de mooie fotografie en de humor waarmee Colors zijn onderwerpen behandelt, blijf ik zitten met een knoop in mijn maag. Alle rampscenario's die mij voorgehouden zijn, zijn reëel, op waarheid gebaseerd, gesterkt met de meest verschrikkelijke feiten, en vinden tegelijk, en op dit moment plaats. Voor dit besef zijn geen woorden. Ik hoop maar dat mijn gastvrouw van het oud en nieuwfeestje gelijk had: dat alles eindelijk beter zal worden, in december.

Karianne Bueno is fotografe en medewerker van het Athenaeum Nieuwscentrum.

No comments:

Post a Comment