Thursday, October 11, 2012

Recensie FLUOR #3


Over toerisme


In 2012 zal Spanje naar verwachting 56 miljoen toeristen aantrekken, een getal groter dan het inwoneraantal. Dat betekent een volledige bezetting van Spaans gebied in een tijd dat een overweldigende hoeveelheid mensen van het ene naar het andere land reist. Ze drommen samen op vliegvelden en snelwegen en willen in een paar dagen hun zucht naar avontuur bevredigen, en het verlangen iets te bezitten wat ze niet kunnen bezitten. Zo koloniseert en vernedert de hedendaagse toerist het gebied dat hij bezoekt, stelt het Spaanse Fluor in haar derde nummer. Door kelli van der waals voor hard//hoofd en Athenaeum.


Fluor benadert haar thema niet oppervlakkig. Het blad geeft je food for thought over het onderwerp, in de vorm van een vullend en smaakvol diner. Met een paar solide essays over toerisme, bijvoorbeeld. Zo beschrijft cultuurcriticus Dean MacCannell hoe angst voor de groei van toerisme aan de basis ligt van de groei van toerisme: reisorganisaties maken gebruik van het toeristen-schuldgevoel voor het uitbuiten van hun vakantieplek, door alternatieve, ‘groene’ vormen van toerisme te aan te bieden. MacCannel pleit voor een ethische reiservaring, waarbij de vakantieganger zich volledig betrekt bij de plaats die hij bezoekt. Dat laatste doet ook antropoloog Fernando Estévez González als hij een korte culturele geschiedenis van de toerist schetst en daarbij de eendimensionale flâneur stelt tegenover de choraster, voor wie de reis een invloedrijke ervaring is. Kunsthistoricus Martino de Santa Ana gaat aan de hand van Andy Warhol en Guy Debord in op de relatie tussen kunst en toerisme en concludeert dat het Westen alleen nog een toeristenmuseum mist, waar een toerist zichzelf observeert.
De lezer wordt niet alleen in woord uitgenodigd na te denken, ook in beeld. Zo zien we op de voorkant het lijf van een man die een zwembad uit klimt. Het is dezelfde toerist als die in de essays naar voren komt: anoniem, in een gecultiveerde omgeving met zon en water en een hint van seks, die wordt gesuggereerd door de iets afgezakte zwembroek. Binnen het blad vindt de lezer wat nog het best te beschrijven is als een beeldcollege van promovenda Alicia Fuentes Vega. Aan de hand van Spaanse toeristenaffiches toont Vega de representatie van ‘spaansheid’ tijdens het Francoregime en leren we onder meer hoe op de posters de problematiek van regio’s wordt weggevaagd door ze te reduceren tot folklore.

Het blad presenteert verder een aantal beeldreeksen die minder of niet aan het thema verbonden zijn. Fluor besteedt daarbij aan elke reeks een grote hoeveelheid pagina’s – iets waar weinig tijdschriften zich aan wagen – en wordt daardoor een soort papieren expositieruimte. Een werk als dat van Liam Gillick, die enkele zinnen als bovenschrift uitspreidt over verschillende illustraties, komt daardoor goed door zijn recht. Het zijn misschien niet de meest pakkende bladzijden van Fluor, maar toont wel hoe elke kunstenaar de ruimte krijgt voor zijn hele verhaal.
In diezelfde expositieruimte stuit de lezer op een discussie over spiritualisme uit de jaren twintig, tussen Sir Arthur Conan Doyle en illusionist Houdini. Conan Doyle was een overtuigd spiritist en in een boek dat hij hierover schreef, voert hij Houdini – die ooit zei een stem te horen voordat hij een gevaarlijke act deed – op als bewijs voor het bestaan van een geestenwereld. In zijn memoirs wijst Houdini deze veronderstellingen fel van de hand. Fluor publiceert uit beide boeken het integrale hoofdstuk, zowel in het Engels als in de Spaanse vertaling.
Het enige nadeel van deze papieren tentoonstelling is dat je het dikke blad lastig openvouwt, waardoor niet elke affiche, foto of illustratie volledig tot zijn recht komt. Maar dat nemen we bij deze Spaanse schone maar voor lief.
Kelli van der Waals is mediawetenschapper en freelance journalist.


No comments:

Post a Comment