Sunday, June 19, 2011

A letter about literary magazines

Amsterdam, 17 juni 2011 Aan de leden van de Tweede Kamer, Met verbazing hebben wij kennis genomen van de aanwijzing van de Staatssecretaris voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap dat het Nederlands Letterenfonds de subsidiëring van literaire tijdschriften volledig dient stop te zetten (Kamerbrief ‘Meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid’, 8-6-2011). Als schrijvers voelen wij het als onze plicht u te wijzen op de systeemfunctie van literaire tijdschriften in de ontwikkeling en bloei van de Nederlandstalige literatuur. Kennelijk louter op basis van slecht geïnformeerde mediapublicaties noemt zowel de Raad voor Cultuur als de staatssecretaris als enig argument voor stopzetting van de subsidie een vermeend ‘gering publieksbereik’.

In het licht van het huidige literaire landschap slaat dit argument de plank geheel mis. Graag wijzen wij erop dat nagenoeg alle betrokken tijdschriften behalve met hun papieren edities, gelezen door een publiek van abonnees, professionele lezers en schrijvers, alsook leden van (universiteits)bibliotheken, tevens op internet actief zijn met eigen en gezamenlijke websites. Via de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (www.dbnl.org) is nu reeds een aanzienlijk deel van de archieven toegankelijk en dit zal in 2012 nog sterk worden uitgebreid. De DBNL krijgt jaarlijks vele tienduizenden hits op de pagina’s van deze tijdschriften, die algemeen worden beschouwd als een schatkamer aan literair en literair-historisch materiaal. Zowel voor gearriveerde als voor beginnende schrijvers is een levendige omgeving van literaire tijdschriften van het allergrootste belang, en zal dat ook in de voorzienbare toekomst blijven. Het stempel van goedkeuring (‘peer review’) en het redactionele advies van een tijdschrift van naam zijn niet alleen zeer gewild bij debutanten, maar worden ook door literaire uitgevers serieus genomen. Kwetsbare literaire genres, zoals het langere essay dat bijna geheel uit kranten en opiniebladen is verdwenen, en poëzie vinden in literaire tijdschriften een onmisbaar podium. Kortom, de ontwikkeling van het schrijverschap in het Nederlands en dus van de Nederlandse literatuur zou zeer geschaad worden door het verdwijnen van de literaire tijdschriften. De verwachte ‘opbrengst’ aan overheidszijde van de aangekondigde bezuiniging – circa € 285.000 per jaar – staat in geen verhouding tot de te verwachten schade. Sterker nog, de overheid heeft hier ontegenzeglijk een stimulerende en ondersteunende taak te vervullen, een taak waarin zij het Nederlands Letterenfonds aan haar zijde vindt. Ook de Vereniging Literaire Tijdschriften (VLT), te bereiken via degids@arbeiderspers.nl, heeft zich in de afgelopen jaren een energieke gesprekspartner betoond waar het gaat om de exploitatiemogelijkheden van literaire tijdschriften. Wij roepen derhalve het parlement op deze ongefundeerde ingreep in de letterenwereld terug te draaien, de tijdschriften te blijven steunen die zo'n stimulerende en verbindende rol spelen in de literaire wereld, en de sector op een integere en professionele manier te betrekken bij de door de politiek gewenste ontwikkeling van haar subsidiebeleid in de letteren. Was getekend, Maarten Asscher Gerbrand Bakker Wim Brands Hugo Brandt Corstius Jeroen Brouwers Adriaan van Dis Maarten Doorman Nico Dros Arjen Duinker Stephan Enter Eva Gerlach Tijs Goldschmidt Arnon Grunberg Léon Hanssen Kees ’t Hart Maarten ’t Hart Sanneke van Hassel D. Hooijer Esther Jansma Oek de Jong Mensje van Keulen Hester Knibbe Anton Korteweg Tomas Lieske Menno Lievers Gilles van der Loo Nop Maas Lieke Marsman Marita Mathijsen Aad Meinderts K. Michel Ramsey Nasr Willem Jan Otten Gustaaf Peek Ester Naomi Perquin Yves Petry Thomas Rosenboom Alfred Schaffer Anne Vegter Leo Vroman Maartje Wortel Joost Zwagerman En talrijke andere schrijvers die publiceren in literaire tijdschriften

No comments:

Post a Comment